Mug en Olifant

Op een warme zomeravond, terwijl de zon langzaam richting de horizon zakte, wandelde Mug en Olifant over de zachte bosgrond. Een wandelingetje door het groen zou hen goed doen, hadden ze samen besloten. De twee waren goede vrienden die ervan hielden om door het bos te wandelen en diepe gesprekken te voeren.

Vaak ontmoetten ze de andere dieren tijdens hun wandelingen. Mier bijvoorbeeld, trouw aan het beeld wat men van haar had neergezet, was ze dagelijks tot laat in de weer met haar boodschapjes en taken. Ondanks dat had ze altijd tijd voor een vriendelijk praatje, hoewel er qua diepgang in het gesprek nog wel wat te wensen overbleef. Ook Zwijn was een regelmatige voorbijganger, licht knorrig met de schouders gebogen bewoog hij zich door het bos zoals men dat van hem mocht verwachten.

Als Mug en Olifant eerlijk waren, en dat waren ze graag, vonden ze het knorrige van Zwijn wel wat te makkelijk. Men kon dan wel een vooroordeel over je hebben, maar dat wil niet zeggen dat je zelf dat oordeel dan ook waar moet maken. Het verwonderde hen dat Zwijn dat zelf niet inzag. Mug en Olifant wilde echter van een mug ook geen olifant maken, zo hadden ze uiteindelijk na een lang en goed gesprek besloten. Er waren belangrijker zaken die hun aandacht vasthielden.

Een terugkerend gespreksonderwerp voor beide dieren was een bijzonder fenomeen, iets dat ze zelf vaak aan den lijve ondervonden. Iets bijzonder ongemakkelijks dat hen steeds weer voor raadsels stelde. Vaak, en wel zo vaak dat het hen opviel, leek het alsof de andere dieren in het bos niet zeker waren van wie nu precies wie was. Zelfs als ze samen wandelden leek hun verschijning verwarring te veroorzaken.

Mug had al diverse keren verbaasd opgekeken omdat ze vanuit de verte iemand “Dag Olifant” hoorde roepen en Olifant zelf in geen velden of wegen te bekennen was. Als het dier wat dichterbij gekomen was vroeg ze aan hen waar ze Olifant dan zagen. Het dier in kwestie keek meestal vreemd op van haar vraag en liep hoofdschuddend door. Ook Olifant had zulke ervaringen, de andere dieren leken in zijn buurt wat onrustig en zwaaiden alsof ze iets wilde verjagen. Tegelijk leken ze hem niet goed te kunnen zien.

“Bijzonder pijnlijk” vonden zij beiden. Zij waren beiden vrij zeker van wie Mug nu eigenlijk was en wie Olifant. Wel was Olifant van karakter natuurlijk wat aan de bescheiden kant, dus dat men hem wel eens over het hoofd zag of liever nog leek te negeren, leek op zichzelf nog wel verklaarbaar. Mug was van zichzelf nogal een opgewonden standje dat zich snel druk maakte, men zag haar niet snel over het hoofd. Dus dat men haar vanuit de verte al opmerkte wekte geen verbazing.

Maar die verwarring over wie nu wie was, dat stak hen wel. Ze voelden zich door de andere dieren toch lichtelijk miskend. Hoewel ze dat voor zichzelf eerlijk gezegd liever niet wilden toegeven. Al wandelend spraken ze over een mogelijke oplossing, wellicht zou het hen helpen als ze met een naambordje zouden gaan werken of een vergadering bij een roepen. Dan zou voor eens en altijd duidelijk zijn wie Mug was en wie Olifant. Olifant vond het bordje wel wat bezwaarlijk, het leek hem iets wat nogal in de weg kon zitten. Mug was echter in haar enthousiasme wat doorgeschoten. Meteen toen het idee in haar op kwam, was ze voortvarend aan de slag gegaan. Toen het onderwerp ter sprake kwam had Mug de bordjes al omgehangen voor Olifant kon protesteren. Onhandig slingerde Olifant met zijn bord door het bos. Diep zuchtend van ongenoegen en terughoudendheid sprak hij Mug aan op haar voortvarende handelwijze. Mug echter reageerde fel en verdedigde haar handelswijze met zoveel vuur dat Olifant het erbij liet zitten. Het werd een flinke discussie waarbij de gemoederen aardig verhit raakten.

Opgeschrikt door het rumoer in het bos kwamen de andere dieren kijken wat er speelde. “O, zei Mier tegen Hert, is het weer zo ver? Het lijkt wel of bij die twee iedere wandeling in een dergelijke discussie moet eindigen.” “Ja, zuchtte Hert, terwijl voor iedereen in het bos toch duidelijk is wie Mug is en wie Olifant.” Terwijl hij sprak wees hij met zijn gewei naar Mug. Licht verbaasd keek Mier hem aan.” Maar mijn beste, je wijst nu juist naar Olifant”. Hert keek nog eens goed, maar hij wees toch echt Mug aan. “Zeg Mier, ik ben bang dat je je vergist. Dit is toch echt wel Mug. Nu moet je van Mug geen Olifant willen maken, hoor. Het is voor die arme dieren al moeilijk genoeg dat zij zelf niet goed weten wie nu precies wie is. ”

Met dank aan mijn eigen verwarring over muggen en olifanten en Toon Tellegen als meestervoorbeeld van deze schrijfstijl/ vertelvorm. Dit specifieke verhaal is echter aan mijn eigen brein ontstaan naar aanleiding van een discussie bij ons thuis waarbij ik twijfelde wat of wie nu de Mug tot Olifant maakte en andersom.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.